Evaluaties van (significante) incidenten

De veiligheidsbeambte is betrokken bij de evaluatie van significante incidenten in tunnels. In de richtlijnen van Rijkswaterstaat is vastgesteld dat het dan gaat om brand, incidenten met zwaargewonden en/of dodelijke slachtoffers, gevaarlijke stoffen en grote schade aan de tunnel.

In 2018 hebben zich in tunnels geen significante incidenten voorgedaan in bovengenoemde categorieën.

Dat wil niet zeggen dat tunnels niet afgesloten zijn ten gevolge van incidenten. Regelmatig vinden er incidenten plaats, meestal in de categorieën “Aanrijding uitsluitend materiele schade” of “Kettingbotsing”. Vaak met grote vertraging voor de overige weggebruikers als gevolg. Op verzoek van Rijkswaterstaat en/of hulpdiensten zijn de onderstaande incidenten geëvalueerd:

  • 21 februari 2018: Coentunnel, door tunnelbeheerder West-Nederland Noord
  • 28 juni 2018: Heinenoordtunnel, door tunnelbeheerder West-Nederland Zuid
  • 10 juli 2018: Velsertunnel, door tunnelbeheerder West-Nederland Noord
  • 14 september 2018: Coentunnel, door tunnelbeheerder West-Nederland Noord

Afwijken van procedures

Reden voor evaluatie is dat er in de eerste fase van een incident vaak wordt afgeweken van de door Rijkswaterstaat vastgestelde procedures. Als er zich een kettingbotsing voordoet moet de wegverkeersleider alle buizen sluiten door middel van de calamiteitenknop. Dit om verkenning door de brandweer via de inmiddels leeggereden parallelbuis mogelijk te maken. Pas nadat de brandweer het sein veilig heeft gegeven mogen andere hulpdiensten de tunnel betreden. In de praktijk rijdt de brandweer vaak direct de incidentbuis in, omdat het vaak alleen materiele schade betreft.

Verbeterslagen

Rijkswaterstaat Noord-Nederland Noord heeft het initiatief genomen om het scenario “kettingbotsing” te wijzigen zodat het proces van Rijkswaterstaat beter aansluit op dat van de hulpdiensten. In 2019 zal dit aangepaste proces onderdeel uitmaken van de standaardprocedures.

Ook wordt geconstateerd dat hulpdiensten onbekend zijn met de locatie en de voorzieningen. West-Nederland Zuid heeft hierop geanticipeerd door o.a. presentaties te geven en een aantal gedeeltelijke oefeningen op locatie. Deze zijn omschreven bij het onderdeel OTO.

Leertafels

Bovengenoemde multidisciplinaire evaluaties zijn vaak tijdrovend, vaak ook doordat de betrokken partijen niet beschikbaar zijn voor een gezamenlijke evaluatiebijeenkomst ten gevolge van wisseldiensten. Bij Midden-Nederland is gekozen voor een andere wijze van evalueren door middel van leertafels. Tijdens deze bijeenkomsten passeren allerlei incidenten in de Leidsche Rijntunnel en de naastgelegen Stadsbaantunnel de revue. Deze methode werkt mede door de betrokkenheid van de deelnemers, het beperkt aantal tunnels en het feit dat overleggen lang van tevoren ingepland zijn zodat er rekening gehouden kan worden met agenda’s.

Grote schades

Daarnaast zijn een tweetal incidenten geëvalueerd die grote schade aan de tunnel tot gevolg hadden. Dit betrof:

  • 3 januari 2018: Wijkertunnel, grote beschadiging van het lichtrooster
  • 26 maart 2018: Heinenoordtunnel, het stukrijden van 3 ventilatoren


Omdat beide schades niet direct hersteld konden worden zijn aanvullende maatregelen genomen. Zo is bij de Wijkertunnel de snelheid verlaagd zodat automobilisten meer tijd hadden om aan de overgang van de tunnel naar de open weg te wennen. Bij de Heinenoordtunnel is door de veiligheidsbeambte besloten om de afhandeling van de schade aan de ventilatoren te evalueren.